Manteo Mitchell heet ‘ie en hij komt uit de Verenigde Staten. Hij loopt hard. Heel hard zelfs. Hij doet namens zijn land mee aan de Olympische Spelen in Londen en mag zich sinds gisteren de held van zijn team – 4 x 400 meter estafette – noemen. Mitchell liep namelijk 300 meter met een gebroken been. En dan ben je een échte sportman. Dan ga je écht voor goud.
Mitchell moest startten namens de Amerikanen, maar voelde na 200 meter zijn been breken en hij verging van de pijn. De atleet wilde zijn teamgenoten niet in de steek laten en ging door de pijngrens en liep uiteindelijk een keurige tijd. Mitchell zelf blijft er nuchter onder: ‘Ach, iemand anders in deze situatie zou precies hetzelfde hebben gedaan.’ Maar dat laatste waag ik te betwijfelen.
Want bij de grote sporten van tegenwoordig draait het maar om één ding: geld. Sporters verdienen miljoenen en leiden een luxeleven waar veel mensen jaloers op zijn. De belangen in de sporten zijn zo ontzettend groot, dat een club of coach bij de kleinste blessures spelers al niet meer opstellen of zelfs afmelden voor een toernooi. Met name in de voetbalwereld klagen de meeste spelers al bij de kleinste pijntjes en trainen ze apart van de selectie.
Maar het verhaal van Mitchell maakt de Olympische Spelen zo fantastisch evenement. Sporters gaan voor goud, willen de eer van hun land hoog houden en afmaken waar ze jarenlang voor hebben getraind. Dat maakt een kleine blessure niet uit. Dan stap je wel op de fiets na een zware valpartij of speel je wel een beachvolleybaltoernooi met een enkelblessure. Bij de Olympische Spelen gaat het even niet om die miljoenen, niet om die enorme druk om te presteren. Nee, bij de Olympische Spelen gaat het om de sport. Het bekronen van jarenlang trainen. En daar kan niemand een stokje voor steken. Ook geen gebroken been.

Geschreven op 10 aug 2012






1 reactie
Hij liep als enige 500 meter?