Ik ben altijd al een bewonderaar geweest van de pinguïn. De manier waarop ze lopen, flapperen met hun mislukte flippers en rechtop uit het water springen. Fascinerend. Maar ook de pinguïn blijkt slechte kanten te hebben.
Het blijkt namelijk dat mannetjes pinguïns graag seks hebben met dode vrouwtjes pinguïns. Niet echt een eigenschap om te adoreren. Dit vreemde feitje werd ruim een eeuw geleden ontdekt door bioloog George Murray Levick. Die was echter dusdanig geschokt dat hij dit nooit geopenbaard heeft.
Ze zijn verdorven en worden opgewonden als ze een vrouwtjes pinguïn op hun rug zien liggen. Het is wellicht verwarrend voor ze omdat ze op die manier ook seks hebben met hun levende partner. Maar dat praat het verdorven gedrag nog niet goed. Want ze zouden zich volgens Levick ook schuldig maken aan seksueel misbruik van kuikens.
Pinguïns. Volgens velen de meest monogame wezens die er bestaan. Als ze eenmaal een partner hebben blijven ze diegene eeuwig trouw. Maar dan wel op de manier zoals er geen misbruik is in de katholieke kerk. ‘Nee schat, ik ging niet vreemd. Ze leefde niet meer.’
Maar als we zelfs niet meer aankunnen op de onschuld van de pinguïn, die kleine, schattige, lieve pinguïns, wat blijft er dan nog over van de wereld? Nooit meer kunnen we rustig naar March of the Pinguins kijken zonder te denken aan necrofilie. Nooit meer kunnen we naar Happy Feet kijken zonder ons af te vragen: ‘Goh, zou dat schattige beestje ook misbruikt zijn?’
Of we hier verder nog iets van kunnen leren? Nee, niet veel. Maar misschien is het een idee om het voortaan maar staand te doen. Daar kun je al een hoop gedoe mee voorkomen.

Geschreven op 12 jun 2012






